Verloskundig Baken
Verloskundig Baken
39: Zin in zorg met Ellen Mooren en Thomas Schok Rivera Gálvez
/

AFLEVERING OMSCHRIJVING

In onze vorige aflevering “Zorgen om de druk” hebben we het over werkdruk en de uitstroom van zorgverleners uit de zorg. Deze aflevering gaan we het hebben over “Zin in Zorg”, een beweging die is ontstaan vanuit de jonge artsen in de ziekenhuizen. Onze gasten, Ellen Mooren, AIOS gynaecologie en Thomas Schok, bestuurder bij de VVAA, vertellen ons over dit initiatief die denkt in oplossingen en kansen om het werk in de zorg draagbaar en leuk te houden. Kortom om te zorgen dat zorgverleners zin in zorg hebben. Meer weten? Luister dan naar ons gesprek.

GASTEN

Ellen Mooren

AIOS gynaecologie

Je kan haar hier vinden op Linkedin.

Thomas Schok Rivera Gálvez

Vice-voorzitter VVAA

Chirurg-oncoloog & gastro-intestinaal chirurg

Je kan hem hier vinden op Linkedin.

SHOWNOTES

Zin in zorg

Home

Peters datapraatje

NICU opnames: trends, risicofactoren en uitkomsten

De tien NICU’s zijn in Nederland essentieel voor de high-tech behandeling van baby’s die (veel) te vroeg zijn geboren en/of tijdens de bevalling erg zwaar belast zijn geweest. Er zijn Perined data (op de website www.peristat.nl) over de trends in NICU opnames en achterliggende risicofactoren.

NICU-opnames naar plaats van de bevalling

Vrijwel alle NICU-opnames vinden plaats na een bevalling in de tweede lijn in het ziekenhuis. Slechts een kleine 150 van alle jaalijks rond 4000 op de NICU-opgenomen kinderen zijn in de eerste lijn geboren. Daarvan werden er rond 70 thuis geboren, waarvan 60 a terme en 15 preterm. De aantallen in de geboortecentra plus de 1e lijn van het ziekenhuis zijn (opgeteld) vergelijkbaar. 

Vanuit de 2e lijn van het ziekenhuis worden rond 1800 preterme eenlingen op de NICU opgenomen plus rond 1400 a terme eenlingen naast nog 600-700 meerlingkinderen in totaal zijn dat zo’n kleine 4000 jaarlijkse NICU opnames op rond 165.000 geboortes.

Trends in NICU-opnames en het effect van pariteit en zwangerschapsduur

In de periode 2011-2020 schommelde het percentage kinderen (een- en meerlingen) dat op de NICU wordt opgenomen rond de 2,5%, waarbij nulli met 3% opnamekans een (50%) hoger risico hadden dan multi (rond 2%) (Figuur F1). Tweelingen hebben een vijf keer hogere kans op een NICU opname dan eenlingen, namelijk 17% kans bij nulli en 10% kans bij een multi meerlingkind. 

De kans op een NICU-opname is natuurlijk zeer sterk afhankelijk van de zwangerschapsduur en vroeggeboortes komen vaker voor bij Nulli dan bij Multi . 

Bij ernstig prematuren (24-32 wkn) is de opnamekans 92% (data gemiddeld over 2018-2020), bij minder premature geboortes (32-37 wkn) is de kans 10-11% en bij a terme geboortes is de opnamekans op de NICU rond 1%. De opnamekans is voor de hele groep ook hoger bij Nulli dan bij Multi met uitzondering van de groep 32-37 wkn, waar opvallend genoeg, de Multi een hogere opnamekans hebben dan de Nulli (Tabel 1).

Trend in NICU-opnames van a terme eenlingen

De kans op een NICU-opname van a terme eenlingen wordt wel gebruikt als kwaliteitsindicator. We zien over de periode 2011-2020 geen duidelijke trend en zeker geen daling (Figuur F2). Er is mogelijk een lichte stijging bij a terme nulli. 

Risicofactoren voor een NICU opname

Naast zwangerschapsduur en pariteit zijn er andere factoren die mogelijk bijdragen aan een verhoogde kans op een NICU opname, waaronder de herkomt van de moeder en een lage apgarscore bij de geboorte of het type bevalling. 

Herkomst van de moeder

Een niet-kaukasissche herkomst (Figuur F3) geeft een licht verhoogd risico op een NICU-opname dat met de tijdl licht lijkt te dalen van rond 25% verhoogd tot inmiddels rond 10% verhoogd risico voor Niet-kaukasische moeders. 

Type partus

Verder heeft het type partus een voorspellende waarde, waarbij een secundaire sectio het (relatieve) risico bijna 2,5 keer verhoogt en een kunstverlossing of primaire sectio dat risico 1,5 keer verhogen. Bij een spontane a terme bevalling is de kans lager dan gemiddeld (rond 70%). De trend in het relatieve risico van een NICU-opname bij een kunstverlossing of primaire sectio lijkt licht te stijgen (Figuur F4).

Het type partus speelt ook een belangrijke rol bij de preterme NICU opnames. Van alle jaarlijks ongeveer 2700 preterme (24-37 wkn) levend geboren eenling kinderen wordt rond 21% op de NICU opgenomen. Na een spontane bevalling in deze groep pretermen wordt bijna 14 % op de NICU opgenomen, na een kunstverlossing is dat rond 11%. Na een primaire sectio wordt 45% van de preterme geboortes opgenomen en na een secundaire sectio 25%. Van deze groep preterme baby’s wordt 30% na een sectio geboren en van die groep wordt 70% op de NICU opgenomen. 

Lage apgar score na 5 minuten

Bij een lage apgar score wordt iets minder dan 30% van alle geboortes op de NICU opgenomen en 20% van alle a terme geboortes. Dat betekent dat een lage apgarscore bij een a terme geboorte een 15 tot 20 (a terme) keer hoger risico geeft op een NICU opname. Er is in Nederland een gestaag stijgende trend te zien in lage apgarscore van eenlingen (>24 wkn) van 1,36% in 2011 tot 1,71% in 2020. Het is onduidelijk hoe dat komt en wat dat precies betekent.

De datapresentatie op de Perined website laat helaas niet toe om te kijken naar het effect van de ligging bij geboorte of de leeftijd van de moeder op NICU opnames.

Sterfte op de NICU

Hoewel er op de NICU ongetwijfeld veel kinderlevens gered worden sterven er toch jaarlijks nog 150-200 kinderen op de NICU, dwz dat tweederde tot driekwart van alle neonatale sterftes (>24 wkn) zoals door Perined geregistreerd op de NICU plaatvinden. De neonatale sterfte van op de NICU opgenomen kinderen is met de jaren wel duidelijk gedaald (Figuur F5) van rond 6-7% naar rond 5% van alle opgenomen kinderen (levendgeborenen > 24 wkn). Rond 60 % van de totale neonatale sterfte (>24wkn) en 50% van de a terme neonatale sterfte vindt dus op de NICU plaats. Wat daarbij opvalt is dat de neonatale sterfte buiten de NICU, die weliswaar veel en veel lager is, de laatste jaren toeneemt (Figuur F6). En dat geldt met name voor de preterme sterfte (Figuur 7). Het is niet onmogelijk dat dat deels ook sterfte van neonaten is op ‘high-care’ afdelingen (picu’s), waarover Perined geen goede data heeft.

ACHTERGROND VAN DE PODCAST

Met deze podcast willen we een podium geven aan vernieuwende onderwerpen binnen de geboortezorg. Hiermee willen we het gesprek opgang brengen en zorgverleners binnen de geboortezorg inspireren.

Verloskundig Baken presentatoren zijn: Kirsten Schatorjé en Myrna Knol

De klankbordgroep wordt gevormd door Jolanda Liebregts, Rachel Reintjes, Karika van Hemert, Marlou Dankers en Esther Feijen.

Peters Datapraatje wordt mogelijk gemaakt door Peter Achterberg

Editing: Joost Dikker Hupkes

Zeegeluiden en muziek van Zapsplat

Je kan ons vinden op:

www.verloskundigbaken.nl

Linkedin: Verloskundig Baken

Instagram: @verloskundig_baken

Facebook: Verloskundig Baken

Twitter: @verloskundigb

Een voicemail achterlaten op: 06-82858646

Wil je ons steunen dan kan dat met een kleine maandelijkse bijdrage via petje.af en ook door een eenmalige donatie via deze link.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *